Concepten en oplossingen uit de echte wereld worden vaak vertaald naar het web. Zoals Martijn Aslander al opmerkte in zijn post Boekenwinkel haalt inspiratie van het web zie je het omgekeerde niet zo vaak gebeuren.

Onlangs zag ik echter een speelgoedwinkel (Top1Toys) die de ‘wishlist’ functionaliteit die veel webshops hebben (b.v. Amazon) had vertaald naar de fysieke wereld.

Kinderen kunnen in de speelgoedwinkel een fysiek ‘verlanglijstje’ maken: ze kunnen in de winkel een doos met speelgoed vullen die ze graag willen hebben. De doos wordt vervolgens een aantal weken bij de ingang van de winkel in een kast gezet. Het kind krijgt een stapel uitnodigingskaartjes mee voor zijn feestje met daarop het nummer van de doos en naam van de winkel. Zo krijgt het kind wat het graag wil hebben en het krijgt ook nooit iets dubbel.

Leuk idee! Heb nog geen andere ‘fysieke’ winkels gezien met dit idee.


Google heeft onlangs een API vrijgegeven voor haar populaire statistieken service, Google Analytics. Met de Google Analytics API kunnen extensies worden gebouwd op de Google Analytics service, zoals bijvoorbeeld een Android applicatie waarmee je de statistieken van een site op je mobiel kunt bekijken en een desktop applicatie. De data uit de Google Analytics API kan echter ook gebruikt worden als input voor algoritmes die een website slimmer, gebruikersvriendelijker of persoonlijker kunnen maken.

Google Analytics Mashups

Verbeterde rapportage mogelijkheden en mobiele en desktop clients zijn natuurlijk leuk, maar het wordt pas echt interessant als je de data uit Google Analytics gaat combineren met de data van je webapplicatie of -dienst.

Een mooi voorbeeld van een partij die een dergelijke “Google Analytics Mashup” heeft gebouwd is de dienst MailChimp. MailChimp is een dienst waarmee je zelf eenvoudig e-mail marketing campagnes kunt uitvoeren. MailChimp heeft haar dienst uitgebreid met Analytics360, een Google Analytics Mashup die statistieken van Google Analytics combineert met gegevens van MailChimp en deze combineert tot gedetaileerde rapportages over e-mail campagnes.

Slimmere websites

De Google Analytics API kan dus worden gebruikt voor geavanceerde rapportages, maar denk eens aan alle andere mogelijkheden …

Een website zou de gegevens uit de Google Analytics API bijvoorbeeld kunnen gebruiken om trends te ontdekken in het gedrag van gebruikers. Deze informatie kan vervolgens gebruikt worden om de website (automatisch) beter en gebruikersvriendelijker te maken:

  • Welke onderwerpen, producten, artikelen zijn het meest populair?
  • Welke producten bekijken gebruikers nadat ze een bepaald product bekeken hebben (klanten die dit interessant vonden, vonden dit ook interessant)?
  • Associatieve menustructuren (meest gebruikte menuitems komen bovenaan te staan)
  • Slimmere zoekalgoritmes

De mogelijkheden zijn onbeperkt. Wie weet nog meer creatieve manier om de data uit de Google Analytics API te gebruiken?


Gistermiddag was ik in Haarlem bij het evenement OpenID in de praktijk. Voor zo’n specifiek en technisch onderwerp als OpenID, vond ik de opkomst verrassend hoog. Wat me ook opviel was dat het grootste deel van de bezoekers niet techneut was: marketeers, beleidsmakers, consultants. Er waren vertegenwoordigers van uiteenlopende bedrijven zoals RouteMobiel, Vodafone, Hyves en de Overheid. Het lijkt erop dat er in Nederland nu dan toch eindelijk interesse ontstaat voor open en decentrale webstandaarden als OpenID. De energie en het enthousiasme waren duidelijk voelbaar. Er staan mooie dingen te gebeuren.

De middag begon met een introductie over OpenID door Chris Obdam, oprichter van Stichting OpenID Nederland en ontwikkelaar van de eerste Nederlandse OpenID provider MijnOpenID.nl. Chris legt helder uit wat OpenID is en waarom de acceptatie van OpenID’s in Nederland zo belangrijk is voor zowel de consument als voor de websites die de OpenID’s gaan accepteren (zogenaamde OpenID Relying Parties: RP’s). Zijn uitleg over het verschil tussen de SREG en AX OpenID extensies die uitwisseling van profielgevens via OpenID mogelijkmaken was ook heel helder. De mogelijkheid die OpenID Relying Parties hebben om met OpenID AX ook weer gegevens te kunnen updaten bij de OpenID provider vind ik zelf heel mooi. Van deze mogelijkheid wordt jammergenoeg nog niet zoveel gebruik gemaakt; een mooie kans.

De introductie van Chris werd vervolgens mooi aangevuld met een voorbeeld uit de praktijk over hoe OpenID wordt toegepast in de nieuwe RouteMobiel website die binnenkort live gaat. Bezoekers kunnen zich dan aanmelden als nieuw lid van RouteMobiel met hun Hyves account (en waarschijnlijk ook andere OpenID providers zoals Google). Omdat gebruikers niet opnieuw al hun gegevens hoeven in te vullen, verwacht RouteMobiel dat minder mensen zullen gaan afhaken bij het registratieproces. Uit onderzoek bij andere websites zoals uservoice.com en plaxo.com blijkt dat dit ook daadwerkelijk het geval is (conversieverbeteringen van wel 25% worden genoemd).

Na deze enthousiaste verhalen was het de beurt aan Christiaan Roselaar van ITSec, een bedrijf gespecialiseerd in digitale beveiliging. Christiaan waarschuwt dat je ook bij een standaard als OpenID wel degelijk goed moet kijken naar de beveiliging van je oplossing. Geen enkele oplossing is compleet veilig, dus je moet kijken welke veiligheidsrisico’ s er zijn, welke je wilt accepteren en voor welke je maatregelen moet nemen. Christiaan zette een aantal veiligheidsrisico’s van OpenID mooi op een rijtje en liet zien hoe je hier mee om kunt gaan. Vervolgens plaatst hij dit in perspectief door met dezelfde bril te kijken naar DigiD, het identiteits initiatief van de Overheid.

DigiD biedt standaard een hoger veiligheidsniveau dan OpenID, maar zoals Christiaan mooi laat zien is ook deze oplossing zo veilig als de zwakste schakel: op de website van de meeste gemeentes kun je tegenwoordig inloggen met je DigiD. Christiaan demonstreert live dat niet al deze websites even goed zijn beveiligd: de website van een niet nader te noemen gemeente is bijvoorbeeld niet goed beveiligd tegen Javascript injection. Een hacker kan dit als volgt misbruiken: hij stuurt een fake email naar mensen met daarin een link naar de gemeentewebsite. Middels een stukje Javascript in de link kan hij vervolgens de DigiD inlogbox op de gemeentewebsite naar zijn eigen server laten posten en zo de DigiD gebruikersnaam en wachtwoord stelen. Een klassiek geval van ‘phishing’.

Daarna was er een interessant verhaal van Yme Bosma over waarom en hoe Hyves OpenID ondersteunt en hun plannen om open standaarden als OAuth en OpenSocial nog beter te ondersteunen, en een interessant verhaal over het gebruik van OpenID binnen de overheid.

Als laatste was er nog een discussie over hoe de adoptie van OpenID in Nederland versneld kan worden. Grootste probleem is nu dat er nog weinig partijen zijn die OpenID’s accepteren. Daarom werden alle grote partijen die aanwezig waarom opgeroepen om de koppen bij elkaar te steken in een nationeel “ConsumentenID” platform om tot richtlijnen en afspraken te komen en wellicht tot een soort ‘keurmerk’ zodat de consument vertrouwen krijgen.

Al met al was het een interessante middag over een onderwerp waarover nog veel te vertellen valt. Ook een aantal interessante mensen ontmoet die interessante dingen doen (o.a. Chris Obdam, Timan Rebel, de ontwikkelaars van Hyves en iemand van de marketing afdeling van TNT Post).

In komende posts zal ik proberen dieper in te gaan op OpenID, security issues en complementaire open standaarden als OAuth, Portable Contacts API en de nieuwe Activity Streams standaard.


Omdat Twitter in essentie een simpele dienst is, hebben de makers ervan er voor gezorgd dat Twitter uitbreidbaar is middels web API’s en als ‘bouwsteen’ voor andere webapplicaties kan dienen.

De laatste tijd duiken er dan ook steeds meer webapplicaties en diensten op die Twitter als ‘bouwsteen’ gebruiken en op een creatieve manier inzetten.

 

Toen ik een jaar geleden eindelijk het nut en de potentie van Twitter inzag (dat duurde even) ben ik ook gaan twitteren (http://twitter.com/martin16877). Voor degenen die nog niet weten wat Twitter is. Het idee van Twitter is erg simpel: vertel middels korte berichtjes wat je op elk moment van de dag aan het doen bent, zodat andere mensen die hier in zijn geinteresseerd (b.v. je vrienden, collega’s en klanten) op de hoogte kunnen blijven.

Andere mensen (‘followers’) kunnen je berichtjes volgen en als veel mensen dat doen, dan kun je heel gemakkelijk een grote groep mensen bereiken en op de hoogte houden. Deze mensen kunnen vervolgens weer reageren op jouw berichtjes.

Steeds meer bedrijven zien ook het nut in van Twitter. Een leuk voorbeeld hiervan is Albert Heijn die alle bonus aanbiedingen twittert http://twitter.com/ahbonus. Als je dus op de hoogte wilt blijven van de nieuwste bonusaanbiedingen, volg dan @ahbonus!

Omdat Twitter in de basis een simpele dienst is en technisch gezien erg ‘open’ is (Twitter heeft een API, RSS feeds, ondersteunt OAuth enz.) kan Twitter op een creatieve manier worden hergebruikt als ‘bouwsteen’ voor andere webapplicaties en diensten. Hiermee is Twitter een mooi voorbeeld van de Web2.0 filosofie “het web is een platform”; de onderdelen van het web gaan (en moeten) steeds meer samenwerken en gebruiken elkaar als bouwsteen (mashups).

Een aantal diensten die Twitter als ‘bouwsteen’ gebruiken en op een creatieve manier inzetten:

De eerste twee diensten zijn gemaakt voor amerikanen (dollars en mijlen) maar laten wel mooi zien wat de mogelijkheden zijn. Wellicht inspiratie voor nederlandse / europese varianten?

N.B.: Als je nog meer voorbeelden weet van diensten die Twitter op een interessante / creatieve manier gebruiken, laat het dan even weten via de comments.


Web2.0 meme map

Web2.0 meme map

een buzzword?

Je kunt de laatste jaren bijna geen weblog of website meer lezen of je komt de term web2.0 tegen. Elke nieuwe website is ineens “web2.0” en iedereen doet aan “web2.0”. Het is inmiddels een buzzword geworden en veel mensen vinden het een nietszeggende term die voornamelijk door marketeers wordt gebruikt.

maar waar stond Web2.0 ook alweer voor?

Veel mensen hebben echter nooit echt begrepen waar de term web2.o voor staat.

De term web2.0 is in 2004 populair geworden, voornamelijk door toedoen van Tim O’Reilly, een bekende trendwatcher en eigenaar van O’Reilly Media.

Tim en een aantal andere mensen zagen in dat er een beweging op het web gaande is: het web is niet langer een verzameling op zichzelf staande websites, maar wordt steeds meer een “platform”. Deze beweging die nog steeds gaande is werd toen Web2.0 genoemd.

In zijn artikel What is Web2.0 uit 2005 beschrijft Tim de basisprincipes van het Web2.0. Dit artikel is nu nog steeds actueel en geeft erg goed de oorspronkelijke visie van de Web2.0 beweging weer. In het kort komt het echter op het volgende neer.

De essentie van Web2.0 is het facilliteren van online samenwerking tussen verschillende gebruikers door het creëren, bewerken en delen van content. De gebruiker komt hierbij steeds meer centraal te staan, niet de websites. De gebruiker verzamelt zelf een web van diensten en webapplicaties om zich heen die het beste bij hem/haar passen. Deze diensten en webapplicaties zullen hierbij steeds meer samen moeten gaan werken, om meerwaarde te kunnen bieden voor de gebruiker.

Conclusie

De principes die ten grondslag liggen aan de beweging die ook wel web2.0 wordt genoemd, zijn volgens mij anno 2009 nog minstens even relevant als in 2004.

Momenteel wordt er namelijk niet alleen maar gepraat, maar wordt hard gewerkt aan open standaarden en innovatieve nieuwe webtechnologieen (zoals OpenID, OpenSocial, Portable Contacts API enz.) die het mogelijk maken dat het web zich steeds meer als een een groot gedistribueerd (social) platform gaat gedragen.

De komende tijd wil ik dieper ingaan op de verschillende web2.0 principes en de open standaarden en technologieen die er voor zorgen dat de web2.0 visie steeds meer werkelijheid wordt.

Daarnaast wil ik kijken naar verschillende partijen die de web2.0 principes al succesvol inzetten en voorbeelden geven van hoe deze principes zouden kunnen worden ingezet door bedrijven en sectoren waar ze nog niet worden toegepast.